De hemel is strak blauw en onder een paraplu van schapenwolkjes, beneden ons iets minder blauw de Javazee, vliegen we in zuidelijke richting.

De streep land in de verte is de kust van Java, niet het grootste maar wel het belangrijkste eiland van de Indonesische Archipel die zich uitstrekt over een oppervlakte gelijk aan die van Scandinavië tot de Middellandse Zee en van de Britse Eilanden tot aan de Kaspische Zee.

Java zelf, bijna viermaal zo groot als Nederland, herbergt de hoofdstad Jakarta en de drie provincies Oost-, Midden- en West Java.
De totale lengte van het eiland bedraagt ca.700 km en de grootste breedte tweehonderd.

Omdat het land uitermate vruchtbaar is, was het van oudsher al een trekpleister voor migranten. De erfenis welke deze verschillende beschavingen het eiland hebben nagelaten, getuigt daarvan in monumenten als de Borobudur. Het waren met name de Hindu- en Hindu-Budhistische Rijken die grote invloed hebben gehad op de Javaanse cultuur.

Veel daarvan is te vinden in mythen en sagen uit die periode en wordt bijvoorbeeld ook uitgebeeld in de dansen van het Ramayana Ballet, dat regelmatig optredens geeft in de omgeving van Yogyakarta.
De intrede van de Islam had vooral op religieus gebied haar invloed, het grootste deel van de bevolking is Islamitisch en vooral op de vrijdagen kan men meemaken dat straten zijn afgezet om de moskeegangers ruimte te bieden voor het plegen van het gebed.

Het is wel iets om rekening mee te houden.

Ook het Nederlands bewind heeft zijn erfenis achtergelaten, de Botanische tuin in Bogor en het voormalige Paleis van Gouverneur-generaal dat hem ten diensten stond om zich even van zijn drukke bestaan in de hoofdstad los te maken, zijn daar goede voorbeelden van. In die tijd heette Bogor dan ook Buitenzorg.

Een ander fenomeen dat vooral in economische zin tot de groei van het land heeft bijgedragen is de (toenmalige) Grote Postweg die van Jakarta voert naar Banyuwangi aan de oostkant van het eiland. Van hier stapt men over naar het eiland Bali.

Rijst is het hoofdvoedsel en dat eet men drie maal per dag, de groentes zijn altijd vers bereid en het vlees veelal kip. Is men eenmaal gewend aan dit soort eten, dan komt men daar maar moeilijk weer van los. Het is niet persè verkeerd om dit ook te proberen in de restaurantjes aan de kant van de weg, mits men voldoende oog houdt op de hygiëne.

Het hele jaar door is er een uitgebreide keuze aan vruchten, blijf niet stil staan bij het standaard aanbod van ananas, papaja en banaan,  probeer ook eens klenkeng, mangistan, sirsak en al die andere. De standaard drank is water uit de (dichte!) fles, maar er zijn vele soorten vruchtensappen, vers geperst en hygiënisch en op sommige plaatsen is het ook mogelijk om bier (in fles) te bekomen, maar probeer vooraf een indruk te krijgen van het soort restaurant want de Islam verbiedt de consumptie van alcohol. Het gebruik van ijsklontjes in dranken wordt afgeraden.

Hoewel er ook winkels zijn waar men vaste prijzen hanteert, heerst op veel plaatsen nog het regime van loven en bieden. Dit is een volkomen geaccepteerde gewoonte, maar toch is het goed om te bedenken dat de Javaan voor minder dan een halve euro zich een maaltijd kan verschaffen terwijl dat voor de toerist een nietszeggend bedrag is, anders gezegd: Gun de verkoper ook een kleine marge.

Juni, juli en augustus zijn de beste maanden zijn om het eiland te bezoeken, het is evenwel ook de periode dat veel Indonesiërs zelf met vakantie zijn en het op de wegen dus zeer druk is.

De bergachtige en op sommige plaatsen vulkanische, ruggengraat van het eiland biedt de beste verkoeling bij de dagelijkse temperatuur van dertig graden, soms kan het er ook koud zijn en de regens zijn ongekend heftig.

Er is veel meer over het mooiste eiland van de archipel te vertellen, de mooie rijstvelden, de oude jati(teak)bomen, de steile kanariebomen langs de weg, door de modder ploeterende waterbuffels, de manier waarop men probeert in zijn onderhoud te voorzien, genoegen nemend met een minimaal bedrag.

De mensen langs de kant van de weg, genietend van een maaltijd uit een bananenblad, de geur van eten en houtvuur.

En zeer bijzonder is ook de manier waarop men, soms zelfs voor een klein fooitje, probeert zijn dagelijkse kost te verdienen.

Een eiland om van te genieten, niet alleen van natuur en cultuur maar laat ook het eten U smaken.